Theologie (God mijmert over Adam en Eva)

Artikelen, citaten en andere teksten ter informatie en inspiratie

Moderators: Anne, renhoek

Post Reply
User avatar
Anne
Posts: 562
Joined: Wed, 11 07 2007, 18:53

Theologie (God mijmert over Adam en Eva)

Post by Anne » Thu, 29 01 2009, 20:19

ERRATA: waar het Oude Testament luidt zoals het luidt, moet luiden zoals de belangrijkste hoofdrolspeler het mij misschien heeft opgebiecht:

"Jammer dat Adam zo dom was.
Jammer dat Eva zo doof was.
En jammer dat ik mij niet begrijpelijk wist te maken.
Adam en Eva waren de eerste menselijke wezens die uit mijn handen voortkwamen, en ik erken dat zij bepaalde gebreken in hun structuur, gestel en afwerking vertoonden.
Zij waren er niet op voorbereid te luisteren of te denken.
En ik...., tja, misschien was ik er wel niet op voorbereid om te spreken. Vóór Adam en Eva had ik nooit met iemand gesproken.
Ik had fraaie zinnen uitgesproken, zoals 'Er zij licht', maar altijd in eenzaamheid. Dus toen ik Adam en Eva op een middag tegenkwam, was ik niet erg welbespraakt. Ik had geen ervaring.

Het eerste wat ik voelde was verbazing.
Zij hadden net de verboden vrucht gestolen, midden in het Paradijs. Adam trok het gezicht van een generaal die zojuist zijn zwaard heeft afgegeven en Eva keek naar de grond of zij mieren telde. Maar de twee waren ongelooflijk jong en mooi en stralend. Zij verrasten mij. Ik had hen gemaakt, maar ik wist niet dat klei zo glanzend kon zijn.
Daarna, ik erken het, voelde ik afgunst. Omdat niemand mij bevelen kan geven, ken ik de waardigheid van de ongehoorzaamheid niet. Ook kan ik de vermetelheid van de liefde niet kennen, want daarvoor zijn er twee nodig. Ter ere van het principe van de autoriteit onderdrukte ik de lust hen geluk te wensen omdat zij plotseling wijs in menselijke hartstochten waren geworden.

Toen kwamen de misverstanden.
Zij verstonden val waar ik van vliegen sprak.
Zij meenden dat een zonde straf verdient, wanneer het een erfzonde was. Ik zei dat hij zondigt die niet meer liefheeft, zij verstonden dat hij zondigt die liefheeft.
Waar ik speelweide aankondigde, verstonden zij tranendal.
Ik zei dat de pijn het zout was dat smaak gaf aan het avontuur van de mens: zij verstonden dat ik hen veroordeelde door hen de glorie toe te kennen sterfelijk en dwaas te zijn.
Zij begrepen alles verkeerd. En zij geloofden het.

De laatste tijd heb ik last van slapeloosheid.
Al enkele millennia kost het mij moeite in slaap te komen.
En ik vind het fijn om te slapen, erg fijn, want wanneer ik slaap droom ik. Dan word ik minnaar of minnares, ik brand mij op in het vluchtige vuur van de voorbijgaande liefde, ik ben een rondtrekkend acteur, een visser op volle zee of een toekomstvoorspellende zigeunerin; van de verboden boom eet ik zelfs het laatste blaadje en ik drink en dans tot ik over de grond rol.

Wanneer ik wakker word, ben ik alleen.
Ik heb niemand om mee te spelen, omdat de engelen mij zo serieus nemen, en niemand om naar te verlangen.
Ik ben ertoe veroordeeld naar mijzelf te verlangen.
Van ster naar ster dwaal ik voort, mij vervelend in het lege heelal. Ik voel mij erg moe, ik voel mij erg alleen.
Ik ben alleen, ik ben eenzaam, eenzaam tot in alle eeuwigheid.


Uit: Het boek der omhelzingen
van Eduardo Galeano

Post Reply