De zin van ziek zijn - Thorwald Dethlefsen

Acupunctuur, homeopathie, iriscopie, aromatherapie, yoga, e.d.

Moderators: Anne, renhoek

Post Reply
User avatar
Anne
Posts: 562
Joined: Wed, 11 07 2007, 18:53

De zin van ziek zijn - Thorwald Dethlefsen

Post by Anne » Fri, 30 09 2011, 12:38

Uit: De zin van ziek zijn - Thorwald Dethlefsen


De schaduw van ons bewustzijn.....

De schaduw

De gehele schepping bestaat in jou, en alles wat in jou is, bestaat ook in de schepping.
Er zijn geen grenzen tussen jou en een voorwerp dat heel dicht bij je is,
net zo min als er een afstand is tussen jou en zeer ver verwijderde voorwerpen.
Alle dingen, de kleinste en de grootste, de laagste en de hoogste zijn in jou,
en gelijkwaardig met jou, aanwezig.
Een enkele beweging van de geest houdt alle wetten van het leven in.
In een enkele druppel water vind je het geheim van de eindeloze oceaan.
Een enkele verschijningsvorm van jou zelf omvat alle verschijningsvormen van al het leven.

Kahil Gibran


De mens zegt ‘ik’ en verstaat daaronder om te beginnen een groot aantal identificaties:
‘Ik ben een man, een Hollander, een vader van een gezin, een leraar. Ik ben actief, dynamisch, tolerant, een harde werker, een dierenvriend, een pacifist, een theedrinker, amateurkok, enz.’
Aan dergelijke identificaties gingen ooit beslissingen vooraf, die tussen telkens twee mogelijkheden een keuze betekenden: een pool werd geïntegreerd en de andere pool werd uitgesloten. Zo sluit de identificatie “Ik ben actief en een harde werker’, tegelijkertijd uit: ‘Ik ben passief en lui’. Uit een identificatie ontstaat ook al gauw een waardering: ‘Men moet actief en hard werkend zijn – het is niet goed als iemand passief en lui is’. Deze waardering blijft, onafhankelijk van de mate waarin men haar achteraf met argumenten en theorieën probeert te ondersteunen, alleen subjectief overtuigend.
Objectief gezien is dit slechts een mogelijkheid om de dingen te zien – en wel een heel willekeurige. Wat zouden wij van een roos denken die hardop verkondigt: ‘het is goed en juist om rood te bloeien, maar fout en gevaarlijk om een blauwe bloem te hebben’? Afwijking van welke manifestatie dan ook is altijd een teken van ontbrekende identificatie (……daarom wijst het viooltje ook blauwe bloemen niet af!)
Zo houdt iedere identificatie die op een beslissing berust, een pool buiten de deur. Maar alles wat wij niet zijn, wat wij niet in onze identificatie willen opnemen, vormt onze schaduw. Want de afwijzing van de helft van alle mogelijkheden doet haar beslist niet verdwijnen, maar verbant deze helft slechts uit de ik-identificatie of uit het bovenbewustzijn.

Het ‘neen’ van onze beslissing heeft weliswaar een pool uit ons gezichtsveld verbannen, maar zijn aanwezigheid niet opgeheven. De afgewezen pool leeft vanaf het moment van de afwijzing in de schaduw van onze bewustheid verder. Net zoals kleine kinderen geloven, dat zij door het sluiten van hun ogen onzichtbaar worden, geloven de mensen dat zij zich van de ene helft van de werkelijkheid zouden kunnen bevrijden door er in zichzelf niet naar te kijken. Op die manier staat men de ene pool (bijvoorbeeld hard werken) toe in het licht van het bewustzijn te treden, terwijl zijn tegenpool (luiheid) in het donker moet blijven, opdat men hem niet ziet. Uit het niet-zien concludeert men dan al snel een niet-hebben en gelooft men dat het ene zonder het andere kan bestaan.
Wij noemen dus ‘schaduw’ (dit begrip werd voor het eerst door C.G. Jung gebruikt) alle afgewezen mogelijkheden van de werkelijkheid, die de mens bij zichzelf niet ziet of zien wil, en die hem daarom onbewust zijn.
De schaduw is het grootste gevaar van de mens, omdat hij haar heeft zonder haar te kennen en van haar bestaan op de hoogte te zijn. De schaduw is oorzaak dat alle voornemens en inspanningen van de mens uiteindelijk in hun tegendeel veranderen. Alle manifestaties die uit zijn schaduw voortkomen, projecteert de mens op een anoniem kwaad in de wereld, omdat hij vreest de werkelijke bron van al het onheil bij zichzelf te vinden. Alles wat de mens eigenlijk niet wil en wat hem onaangenaam is, komt voort uit zijn eigen schaduw – want deze schaduw is de som van alles wat hij niet wil hebben. Maar de weigering om zich in te laten met een deel van de werkelijkheid en deze te beleven, leidt nu juist niet tot het gewenste resultaat. Veel eerder dwingt dit afgewezen deel van de werkelijkheid de mens juist om er zich intensief mee bezig te houden. Dit gebeurt meestal via de omweg van de projectie, want als men een bepaald principe in zichzelf heeft afgewezen en verdrongen, roept dat steeds weer angst en afwijzing op, wanneer wij het in de zogenaamde buitenwereld weer tegenkomen.

Om ons in deze samenhangen te kunnen inleven kan het van belang zijn er nog eens op te wijzen, dat wij onder ‘principes’ archetypische gebieden van het zijn verstaan, die zich in reusachtige verscheidenheid van concrete vormen kunnen manifesteren. Iedere concrete manifestatie is dan een formele representant van dat inhoudelijke principe.
Voorbeeld: vermenigvuldiging is een principe. Dit abstracte principe kunnen wij in de formeel meest uiteenlopende manifestaties tegenkomen (3 keer 4, 8 keer 7, 49 keer 348 enz.). Deze uiterlijke verschillende uitdrukkingsvormen zijn echter allemaal representanten van dat ene principe ‘vermenigvuldiging’. Verder moeten wij ons realiseren, dat de buitenwereld uit dezelfde archetypische principes is opgebouwd als de wereld in ons. De wet van resonantie zegt dat wij slechts in contact kunnen komen met datgene, waarvoor wij een resonantieruimte hebben. Deze overweging die in Esoterische psychologie (*) uitvoeriger werd besproken, leidt tot de identiteiten van de buitenwereld en wereld-in-ons. In de hermetische filosofie wordt deze identiteit van binnen- en buitenwereld, resp. van mens en kosmos, verwoord met microkosmos = macrokosmos. Projectie betekent dus dat wij van de ene helft van de principes een buiten-ons maken, omdat wij hen binnen-ons niet willen accepteren.

Wij hebben al in het begin gezegd, dat het ‘ik’ verantwoordelijk is voor dit afgescheiden zijn van alle ‘zijn’. Het ik maakt dat een jij, dat als buiten wordt beleefd. Wanneer de schaduw echter uit al die principes bestaat, die het ‘ík’ niet wilde integreren, dan zijn uiteindelijk schaduw en buiten identiek. Wij beleven onze schaduw altijd als een buiten-ons, zouden wij haar in en bij ons zien, dan was zij niet meer de schaduw. De afgewezen principes, die nu schijnbaar van buiten op ons af komen, bestrijden wij nu in die buitenwereld net zo heftig als wij het in ons innerlijk gedaan hebben. Wij blijven proberen de door ons als negatief gewaardeerde gebieden uit de wereld te helpen. Maar omdat dit onmogelijk is – zie de wet van de polariteit! – wordt deze poging een permanente activiteit, die gegarandeerd ervoor zorgt, dat wij met dit afgewezen deel van de werkelijkheid bijzonder intensief bezig zijn.

Hierin ligt een ironische wetmatigheid, waaraan niemand zich kan onttrekken: de mens houdt zich het meest bezig met dat wat hij niet wil. Daarbij komt hij op den duur zo dicht bij het afgewezen principe, dat hij het ten slotte gaat beleven. Het is goed om deze twee laatste zinnen niet meer te vergeten. De afwijzing van welk principe dan ook bewerkt zonder mankeren, dat de betrokken mens naar dit principe zal gaan leven. Volgens deze wet maken de kinderen zich later ooit de gedragspatronen eigen, die zij bij hun ouders haatten, worden pacifisten op den duur militant, worden moralisten losbandig en ijveraars voor de gezondheid zwaar ziek.
Men moet niet over het hoofd zien, dat ook afwijzing en strijd tenslotte betekenen, dat men zich op het afgewezene richt en ermee bezig is. In deze zin is het ook duidelijk, dat de mens die consequent een bepaald gebied van de werkelijkheid uit de weg gaat, met dit gebied een probleem heeft. De interessante en belangrijke levensgebieden voor een mens zijn die, welke hij bestrijdt en vermijdt – want zij ontbreken in zijn bewustzijn en maken hem onvolledig. Alleen die principes in de buitenwereld kunnen een mens problemen geven, die hij niet bij zichzelf heeft geïntegreerd.

(zie vervolg)

User avatar
Anne
Posts: 562
Joined: Wed, 11 07 2007, 18:53

Re: De zin van ziek zijn - Thorwald Dethlefsen

Post by Anne » Fri, 30 09 2011, 12:41

(vervolg)

In het verhaal van de Graal gaat het juist om dit probleem
.
Koning Amfortas is ziek – gewond door de speer van de boze tovenaar Klingsor, of in een andere bewerking door een heidense tegenstander of een onzichtbare tegenstander. Al deze figuren zijn duidelijk symbolen voor Amfortas’ schaduw – van zijn onzichtbare tegenstander. Zijn schaduw verwondt hem en hij kan uit eigen kracht niet gezond, niet meer heel worden, want hij waagt het niet naar de ware oorzaak van zijn wond te vragen.
Deze noodzakelijke vraag is echter de vraag naar de aard van het kwaad. Maar omdat hij dit conflict uit de weg gaat, kan zijn wond niet helen. Hij wacht op een verlosser, die de moed heeft om die helende vraag te stellen. Parcival kan deze taak op zich nemen, want hij gaat, zoals zijn naam zegt, ‘er middendoor – middendoor de polariteit van goed en kwaad en bereikt op die manier het niveau waarop hij legitiem de verlossende, helende vraag kan stellen: ‘Wat mankeert u, oom’? Het antwoord is altijd hetzelfde, zowel bij Amfortas als bij iedere zieke: ‘Uw schaduw!’
Maar de vraag naar het kwaad, naar het duistere gebied in de mens, heeft in ons verhaal een helende werking. Parcival is op zijn weg de confrontatie met zijn schaduw moedig aangegaan en hij is afgedaald in de donkere diepten van zijn ziel – tot hij God vervloekte. Wie deze weg door de duisternis niet schuwt, wordt uiteindelijk een ware brenger van het heil, een verlosser.
Alle mythische helden moesten daarom vechten met monsters, draken en demonen en met de hel zelf om heel en helend te kunnen worden.

De schaduw maakt ziek – de confrontatie met de schaduw heel.
Dat is de sleutel tot het begrip van ziekte en genezing.
Een symptoom is altijd een in de materie gezonken schaduwgedeelte.
In het symptoom manifesteert zich datgene wat de mens ontbreekt.
In het symptoom beleeft de mens datgene, wat hij in het bewustzijn niet beleven wilde.
Het symptoom maakt de mens via de omweg van het lichaam weer heel.
Het is het complementaire principe dat voorkomt, dat de totaliteit, het heel-zijn, tenslotte niet verloren gaat. Wanneer een mens weigert een principe in zijn bewustzijn te beleven, dan zinkt dit principe in het lichaam en verschijnt als symptoom. Dit dwingt de mens het afgewezen principe toch te beleven en te realiseren. Op deze wijze maakt het symptoom de mens heel – het is het lichamelijke surrogaat voor datgene wat de ziel mankeert.

Nu zullen wij het oude vraag- en antwoordspel op een nieuwe wijze kunnen verstaan: ‘Wat mankeert u’? en ‘Ik heb dit symptoom’. Het symptoom laat inderdaad zien wat de patiënt ontbreekt, want het symptoom is zelf het ontbrekende principe, materieel en zichtbaar geworden in het lichaam. Geen wonder dat wij zo weinig met symptomen op hebben, want zij dwingen ons immers om die principes te verwerkelijken, die wij juist niet wilden beleven. En daarom zetten wij onze strijd tegen de symptomen voort – zonder de geboden kans aan te grijpen om het symptoom voor onze heel-wording te gebruiken. Juist in het symptoom zouden wij onszelf kunnen leren kennen, zouden wij naar die zijden van onze ziel kunnen kijken, die wij zonder meer bij onszelf nooit zouden ontdekken, omdat zij in de schaduw liggen. Ons lichaam is de spiegel van onze ziel – het laat ons ook dat zien, wat de ziel zonder confrontatie niet kan herkennen. Maar wat voor nut heeft de beste spiegel, wanneer wij het waargenomene niet op onszelf betrekken? Dit boek wil een hulp zijn onze blik zo te trainen, dat wij i9n staat zijn in het symptoom onszelf te ontdekken.

De schaduw maakt de mens oneerlijk.
De mens denkt altijd alleen maar dat te zijn, waarmee hij zich identificeert, of alleen maar zo te zijn, zoals hij zichzelf ziet. Deze zelfwaardering noemen wij oneerlijkheid. Daarmee bedoelen wij altijd de oneerlijkheid tegenover onszelf (en niet wat voor leugens of bedrog ook tegenover andere mensen). Alle bedrog van deze wereld is onschuldig, vergeleken bij dat wat de mens zichzelf een leven lang voorliegt. Eerlijkheid tegenover zichzelf behoort tot de zwaarste eisen, die men aan zichzelf kan stellen. Daarom werd van oudsher de zelfkennis de belangrijkste en moeilijkste opgave genoemd voor hen die op zoek waren naar de waarheid. Zelfkennis betekent dat men het ‘zelf’ vindt, niet het ‘ik’, want het ‘zelf’ omvat alles, het ‘ik’ echter verhindert door zijn afgrenzing voortdurend de herkenning van het geheel, het zelf. Maar voor degene die zich inzet om eerlijker tegenover zichzelf te worden, kan ziekte een geweldig hulpmiddel worden op zijn weg. Want ziekte maakt eerlijk!
In het ziektesymptoom beleven wij duidelijk en eerlijk, wat wij in onze psyche willen verdringen en verbergen.

De meeste mensen vinden het moeilijk om over hun diepste problemen (als zij die al kennen) frank en vrij te praten – over hun symptomen praten zij echter uitvoerig met iedereen. Maar een meer nauwkeurige en exacte informatie kan een mens over zichzelf niet geven. Ziekte maakt eerlijk en ontmaskert meedogenloos de verborgen gehouden afgronden in onze ziel. Deze (ongewilde) eerlijkheid is vermoedelijke ook de basis van de sympathie en de toewijding die men voor een zieke heeft. De eerlijkheid maakt hem sympathiek – want in het ziek zijn wordt de mens echt.
De ziekte compenseert alle eenzijdigheden en brengt de mens naar het midden. Er verdwijnt plotseling veel van de dikdoenerige egospelletjes en het machtsvertoon – er worden veel illusies met één klap vernield en er wordt plotseling getwijfeld aan de juistheid van tot dan gevolgde levenswijzen. Eerlijkheid bezit een eigen schoonheid, waarvan iets in de zieke zelf zichtbaar wordt.

Samenvattend gezegd: de mens als microkosmos is een afbeelding van het universum en bevat de som van alle zijnsprincipes latent in zijn bewustzijn. De weg van de mens door de polariteit eist van hem deze in hem latent aanwezige principes door concreet handelen te verwerkelijken, om daardoor stap voor stap zich van hun bestaan bewust te worden.
Kennis kan echter niet bestaan zonder polariteit, en deze dwingt op haar beurt de mens voortdurend om te kiezen. Iedere keuze verdeelt de polariteit in een geaccepteerd deel en in een afgewezen pool. Het geaccepteerde deel wordt in gedrag omgezet en zodoende bewust geïntegreerd. De afgewezen pool komt in de schaduw terecht en dwingt ons ook in het vervolg er aandacht aan te schenken, doordat zij schijnbaar van buitenaf weer op ons toekomt. Een specifieke en vaak voorkomende vorm van deze algemene wet is de ziekte.
Bij dit verschijnsel zinkt een deel van de schaduw in de lichamelijkheid en wordt somatisch als symptoom. Dit symptoom dwingt ons via het lichaam het vrijwillig niet beleefde principe toch te realiseren en brengt de mens op deze wijze weer in evenwicht.
Het symptoom is de somatische verdichting van datgene wat ons in het bewustzijn ontbreekt. Het symptoom maakt de mens eerlijk, omdat het verdrongen inhouden zichtbaar maakt.

Uit: De zin van ziek zijn
Thorwald Dethlefsen/Rüdiger Dahlke

Post Reply